FISCALITEIT

Investeren in onroerend goed Turkije: fiscaal
Het investeren in onroerend goed in Turkije wordt steeds populairder, zowel bij personen die er een tweede woning kopen als bij beleggers die geïnteresseerd zijn in het realiseren van een goede verkoopopbrengst. Hierbij dient uiteraard rekening gehouden te worden met de gevolgen voor de belastingheffing. De fiscale consequenties van de aankoop van onroerend goed in Turkije variëren per situatie.

Aankoop van onroerend goed door Nederlandse particulier
Als een inwoner van Nederland in Turkije onroerend goed koopt en deze investering in privé doet, dus niet via een onderneming of vennootschap, is er sprake van een belegging in box 3. Van belang is dat deze particulier inwoner van Nederland blijft, waardoor zijn of haar inkomen en vermogen waar ook ter wereld tot de grondslag van de Nederlandse belastingheffing blijft behoren. Sinds 1 januari 2001 vallen de tweede woning en andere beleggingen in onroerende zaken in box 3 onder de vermogensrendementsheffing. Ieder jaar zal in de aangifte inkomstenbelasting de waarde in het economische verkeer van het onroerend goed op 1 januari en op 31 december moeten worden aangegeven. Dit vermogen wordt geacht jaarlijks een rendement op te brengen van 4 %, dat belast wordt tegen 30 %. Een effectieve heffing van 1,2 % dus. Dit geldt ongeacht de eventuele huuropbrengst. Een winst behaald bij verkoop is niet belast. Nu het onroerend goed in Turkije ligt, dient aan de hand van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en Turkije beoordeeld te worden aan welk land de heffing uiteindelijk toekomt. Inkomsten uit onroerende zaken mogen op basis van dit verdrag belast worden in het land waar het onroerend goed gelegen is. Dit gebeurt door in de aangifte inkomstenbelasting in Nederland om een vrijstelling te verzoeken. In geval van verkoop van onroerend goed door een Nederlandse particulier is het verdragsartikel met betrekking tot vermogenswinsten van toepassing. Ook in dat geval wordt de heffing aan Turkije toegewezen en kan in Nederland niet geheven worden.

Aankoop van onroerend goed door Nederlandse onderneming of vennootschap
Als een onderneming of vennootschap in Nederland onroerend goed aankoopt in turkije valt deze investing in het ondernemingsvermogen. De inkomsten uit de onroerende zaken, met name huuropbrengsten, en de winst behaald bij verkoop zijn belast. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting-sfeer is het progressieve tarief van box 1 van toepassing, oplopend tot 52 %. Voor lichamen in de vennootschapsbelasting-sfeer zoals de NV of de BV, geldt het Vpb-tarief. Daar staat tegenover dat gemaakte kosten ter zaken van het onroerend goed, zoals de bouw, onderhoud en rentekosten, aftrekbaar zijn van de winst, evenals verliezen. Over resultaten behaald met investeringen in Turks onroerend goed door een Nederlandse onderneming of vennootschap, is Turkije op basis van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting bevoegd belasting te heffen. In geval van exploitatieopbrengsten en in geval van verkoopwinst behaald met Turks onroerend goed, zal Nederland een vrijstelling moeten verlenen.

De heffingen in Turkije

De heffing van belasting op onroerend goed in Turkije waar hiervoor al enkele malen naar verwezen is, bestaat uit de volgende elementen. In de eerste plaats heft Turkije inkomstenbelasting van 20 % (vanaf ca. € 4.000,-) tot 40 % (vanaf ca. € 48.000,-) op de inkomsten uit onroerend goed en de verkoopopbrengsten. Indien onroerend goed vier jaren achtereen door een particulier wordt gehouden geldt een volledige vrijstelling. Voor vennootshappen geldt in Turkije sinds 1 januari 2006 een vennootschapsbelastingtarief van 20 % (in 2005 was dat 30%). Bij verkoop van onroerend goed geldt een faciliteit die vergelijkbaar is met de Nederlandse herinvestingsreserve. Daarnaast is een onroerend goed belasting op commercieel land van toepassing van 0,1-0,3 % en een onroerend goed belasting op commerciële gebouwen en bouwwerken van 0,1-0,4 %. Turkije heft 3 % overdrachtsbelasting bij de aankoop van onroerend goed van particulieren, welke meestal door koper en verkoper gedeeld wordt. Over het opstellen van contracten wordt een zgn. zegelbelasting geheven van 0,15 % tot 0,75 % van de waarde die op het document wordt genoemd (Tapu waarde) en tot slot wordt voor inschrijving in de openbare registers een bedrag in rekening gebracht van ca. € 150,- voor gemiddeld onroerend goed.